Renterisico's

De gemeente beheerst renterisico's door onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet

De overheid stelt grenzen aan het totaal van kort opgenomen geld (kasgeld), omdat rentefluctuaties grote gevolgen kunnen hebben voor de rentelasten in de (meerjaren)begroting. De kasgeldlimiet is 8,5% van het begrotingstotaal.

Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Kasgeldlimiet

16.707

16.707

16.707

16.707

Opgenomen kasgeld

271

2.664

-3.403

-990

Ruimte onder kasgeldlimiet

16.436

14.043

20.110

17.697

Het beleid is om maximaal kort geld (kasgeld) te lenen. Als voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet (ruimte onder kasgeldlimiet is negatief) wordt overschreden, moet de gemeente de provincie op de hoogte stellen en een plan voorleggen. Meestal is de oplossing om kort geld om te zetten in lang geld.

In 2025 is er regelmatig een liquiditeitsoverschot geweest omdat er nog liquide middelen beschikbaar waren via schatkistbankieren.

Renterisiconorm

De renterisiconorm beperkt de omvang van de jaarlijkse aflossingen en de leningen die voor renteherziening in aanmerking komen. De renterisiconorm is 20% van het begrotingstotaal.

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

2025

2026

2027

2028

Renterisiconorm

39.311

33.337

33.253

31.810

Aflossingen

10.060

11.564

10.069

6.573

Ruimte onder renterisiconorm

29.251

21.773

23.184

25.237

In alle jaren is er ruimte binnen de grenzen van de renterisiconorm.