Leeswijzer
De jaarstukken bestaan uit een beleidsmatig en een financieel deel: respectievelijk het jaarverslag en de jaarrekening.
Het jaarverslag
De jaarstukken 2025 volgen in opzet de begroting 2025. De financiële informatie is binnen de programma's op het niveau van taakvelden opgenomen. Deze taakvelden zijn voorgeschreven vanuit het besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Naast de negen beleidsprogramma's is er een 'programma' algemene dekkingsmiddelen en zijn er overzichten van overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien.
Indicatoren en streefwaarden
In lijn met de eerdergenoemde taakvelden is vanuit het BBV een basisset van 34 beleids- of prestatieindicatoren voorgeschreven, die gemeenten verplicht moeten opnemen in de begroting en jaarrekening. Deze indicatoren geven inzicht in (de vergelijkbaarheid tussen gemeenten van) de beleidsprestaties en zijn objectief meetbaar. De gegevens zijn beschikbaar via landelijke bronnen voor alle gemeenten en vragen dus niet om een eigen/nieuw registratiesysteem. Alle gegevens zijn te raadplegen via www.waarstaatjegemeente.nl en op peildatum 11mei 2026 zijn de gegevens overgenomen. De indicatoren bevatten voor het college en de gemeenteraad belangrijke informatie om te kunnen sturen. Per programma worden de verplichte indicatoren in een tabel, aangeduid met een 'B'. De indicatoren worden vergeleken met gemeenten in dezelfde stedelijkheidsklasse. Naast de basisset indicatoren zijn op een aantal programma's facultatieve indicatoren opgenomen, aangeduid met een 'F'. Deze gegevens komen voornamelijk uit de Gorcumse burgerpeiling. De burgerpeiling is in 2025 gehouden. Als de realisatie aanzienlijk afwijkt van de streefwaarde, wordt dit nader toegelicht.
Verklaringen afkorting: B = Basisset indicator, F = Facultatieve indicator, PI = Prestatie Indicator, ME = Maatschappelijk Effect.
Programmaverantwoording
De programmaverantwoording bestaat per programma uit de beantwoording van de zogenaamde ‘3 W-vragen’. De gebruikelijke 3 W-vragen zijn gehandhaafd, omdat dit een goede verdiepingsslag aanbrengt van abstract naar concreet niveau.
1. Wat hebben we bereikt?
2. Wat hebben we daarvoor gedaan?
3. Wat heeft dit gekost?
Het doel van ieder programma is overgenomen uit de begroting 2025. Hierin worden de 'overige ontwikkelingen' in enkele programma's nader toegelicht. Wat we in 2025 hebben gedaan om het programmadoel te bereiken is verder uitgewerkt in het overzicht 'concrete voornemens', die voor het grootste deel afkomstig zijn uit het collegeprogramma, inclusief de daaraan gekoppelde planning. Deze voornemens waren opgenomen in de begroting 2025. In een aantal gevallen heeft in de tussentijdse rapportage een bijstelling van de actie plaatsgevonden. Deze bijstelling is ook verwerkt in de jaarrekening, zodat de jaarrekening rapporteert ten opzichte van de stand van zaken bij de tussentijdse rapportage, het laatste moment waarop de begroting 2025 is gewijzigd.
Er wordt gebruik gemaakt van het onderstaande kleurenmodel om de voortgang van de concrete voornemens inzichtelijk te maken:
• Periode voorbereiding besluitvorming (Paars)
• Periode plaatsvinden besluitvorming (Lichtblauw)
• Periode actie na besluitvorming of actie zonder besluitvorming (Geel).
Om de voortgang van de concrete voornemens uit de begroting 2025 eenvoudig te kunnen volgen, zijn de bolletjes uit de Tussentijdse rapportage 2025 één op één overgenomen in de tabel met concrete voornemens. Alleen de concrete voornemens waarvan de kleur afwijkt ten opzichte van de Tussentijdse rapportage 2025 worden nader toegelicht. Daarbij hanteren wij de onderstaande kleuren om de voortgang te duiden:
• Loopt volgens plan (Groen);
• Loopt niet volgens plan, maar kan worden bijgestuurd (Oranje);
• Loopt niet volgens plan en kan niet worden bijgestuurd (Rood).
Onder het kopje 'Wat heeft dit gekost' worden de baten en lasten per taakveld gepresenteerd. Bij afwijkingen van € 60.000 of groter op taakveldniveau (baten en lasten afzonderlijk) ten opzichte van de gewijzigde begroting worden deze toegelicht. Ook de aan het programma gerelateerde investeringen en subsidies worden onder het kopje ‘wat heeft het gekost’ gepresenteerd. Investeringen met een budget groter dan € 500.000, afwijkingen boven de € 100.000 op investeringsniveau en politiek relevante investeringen worden nader toegelicht. In elk programma zijn de verbonden partijen opgenomen die hebben bijgedragen aan de realisatie van de doelstellingen van dat programma.
Paragrafen
Na de programmaverantwoording volgen de paragrafen. Deze geven een dwarsdoorsnede van de jaarstukken, bezien vanuit een bepaald beleidsterrein. Het gaat vooral om beheersmatige aspecten die grote (financiële) gevolgen hebben gehad en/of van belang zijn geweest voor het realiseren van de programma's.
De jaarrekening
Het financiële gedeelte gaat in op de grondslagen voor de jaarrekening. In dit hoofdstuk zijn verschillende financiële overzichten opgenomen, waaronder:
- Overzicht van de baten en lasten;
- Recapitulatie structureel begrotingsevenwicht;
- Balans per 31 december 2025 en de toelichting;
- Rechtmatigheidsverantwoording;
- Wet Normering Topinkomens (WNT);
- Totaaloverzicht van de baten en lasten per taakveld;
- Verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen (SiSa).
Bijlagen
In de bijlagen zijn de meerjarige overzichten van reserves en voorzieningen, het investeringsoverzicht en een overzicht van de beleidskaders opgenomen. Een lijst met gehanteerde afkortingen maakt de jaarstukken compleet.
