Renterisico's

Een gemeente beheerst renterisico's door onder andere de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.

Kasgeldlimiet

De overheid stelt grenzen aan het totaal van kort opgenomen geld (kasgeld), omdat rentefluctuaties grote gevolgen kunnen hebben voor de rentelasten in de (meerjaren)begroting. De kasgeldlimiet is 8,5% van het begrotingstotaal.

Kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000)

Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Kasgeldlimiet

11.274

11.274

11.274

11.274

Opgenomen kasgeld

7.060

3.340

-601

-688

Ruimte onder kasgeldlimiet

4.214

7.934

11.875

11.962

Het beleid is om maximaal kort geld (kasgeld) te lenen. Als voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet (ruimte onder kasgeldlimiet is negatief) wordt overschreden, moet de gemeente de provincie op de hoogte stellen en een plan voorleggen. Meestal is de oplossing om kort geld om te zetten in lang geld.
Alle kwartalen was de ruimte onder de kasgeldlimiet positief en daarmee hebben we voldaan aan de kasgeldlimiet.

Renterisiconorm

De renterisiconorm beperkt de omvang van de jaarlijkse aflossingen en de leningen die voor renteherziening in aanmerking komen. De renterisiconorm is 20% van het begrotingstotaal.

Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)

2020

2021

2022

2023

Renterisiconorm

26.527

28.300

26.597

24.454

Aflossingen

8.091

13.095

12.100

10.051

Ruimte onder renterisiconorm

18.436

15.205

14.497

14.403

In alle jaren is er ruimte binnen de grenzen van de renterisiconorm.